Scouting Wesselgroep
Vlaardingen

Bezoek adres
Broekpolderweg 249c
3138 HA Vlaardingen

Klik hier voor een uitgebreide route omschrijving

Opleiding => Varen (CWO) =>CWO Richtlijnen 2007

5.1 Richtlijnen voor toetsing

Om een CWO Diploma te verkrijgen, zal men door een door de Commissie Watersport Opleidingen erkende instructeur c.q. beoordelingsgemachtigde (bg) beoordeeld moeten worden. Deze beoordeling kan plaatsvinden tijdens de cursus of buiten cursusverband bij een door de CWO erkende vaarschool of een aan het CWO-systeem deelnemende KNWV aangesloten watersportvereniging (een lijst met CWO-vaarscholen en -verenigingen is bij het CWO-secretariaat verkrijgbaar).

Voor de beoordeling wordt gebruik gemaakt van een CWO-vorderingenstaat. De daarop aangegeven onderwerpen kunnen in willekeurige volgorde worden afgetekend of afgestempeld zodra de kandidaat het betreffende onderdeel beheerst. Deze vorderingenstaat blijft eigendom van de kandidaat totdat alle onderwerpen zijn afgetekend. Daarna wordt het CWO Diploma uitgereikt.

Bij een vervolgopleiding tekent de opleidingslocatie de nieuw beheerste onderdelen op een nieuwe vorderingenstaat af. Zodra alle onderdelen zijn afgetekend, reikt de opleidingslocatie het betreffende CWO Diploma uit aan de kandidaat. De datum waarop het eerste praktijkonderdeel is afgetekend en de datum waarop het laatste praktijkonderdeel wordt afgetekend, moeten binnen hetzelfde vaarseizoen liggen (hetzelfde kalenderjaar). Voor de theorieonderdelen geldt echter dat deze vervallen na een periode van 18 maanden. De geldigheid van één vaarseizoen (praktijk) en 18 maanden (theorie) impliceert niet dat alle vaardigheden die een kandidaat had op het moment van aftekenen ook daadwerkelijk nog beheerst worden. Vanzelfsprekend zal de beheersing van onderdelen minder worden als zij niet regelmatig beoefend worden. Een opleidingslocatie zal daarom altijd mogen controleren of de afgetekende onderdelen nog beheerst worden. Indien dit niet het geval is, zullen deze vaardigheden eerst weer op niveau gebracht moeten worden. Let op: als alle eisen afgetekend, moet het CWO Diploma binnen zes maanden worden uitgereikt. Na deze periode verliest(verliezen) de vorderingenstaat zijn geldigheid. Het CWO Diploma heeft daarentegen een ongelimiteerde geldigheidsduur.

5.1.1 Afname theorie examens MBL Z1

De MBL's worden door een CWO beoordeling gemachtigde van de Regionale Admiraliteit of Landelijke Admiraliteit afgenomen aan de hand van de eisen voor het CWO 3-CWO Diploma kielboot verstrekt. Wanneer de teamleider of speltak beoordeling gemachtigde de kandidaat voordraagt op grond van zijn geschiktheid als bootleider en de kandidaat zowel theoretisch als praktisch aan de eisen voldoet, verstrekt de Regionale Admiraliteit of Landelijke Admiraliteit naast het CWO Diploma het scoutinginsigne Machtiging Bootleiding.

Het theorie examen voor het MBL zeilen Z1 bestaat uit 45 meerkeuzevragen. Indien de beoordelingsgemachtigde ook open vragen wil stellen dan kunnen 5 open vragen aan het examen worden toegevoegd. De kandidaat is geslaagd als ten minste 70% van de beantwoorde vragen goed beantwoord is.
Het theorie examen is als onderdeel van de vorderingenstaat 18 maanden geldig. Dit betekent dat de kandidaat binnen 18 maanden de overige delen van de vorderingenstaat moet af tekenen. Zo niet, dan moet er opnieuw theorie examen worden gedaan worden. In principe zal een CWO Diploma op niveau III zoveel mogelijk op een dag en achter elkaar door worden afgenomen.

5.2 Schip en uitrusting Kielboot 1 t/m 5

Teneinde kielbootopleidingen in het kader van de CWO-lijn te mogen verzorgen, dienen schip en uitrusting aan minimale normen te voldoen. Het schip moet schoon en goed onderhouden zijn en voorzien zijn van de volgende inventaris:

1. Complete tuigage
2. Zeilbandjes (andere inrichtingen om het op de giek bijeen te houden zijn ook goed)
3. Reef inrichting voor het grootzeil. 3/8 deel van het oppervlak moet kunnen worden weggenomen
4. Stormfok of een reef inrichting voor de fok.
5. Kraanlijn
6. De mogelijkheid om varend te hozen
7. Op het voorschip en op het achterschip moet een voldoende sterk sleeppunt aanwezig zijn
8. Lijn voor landvast, sleep- en ankerlijnfuncties met een lengte van in totaal 40 meter
9. Meerpen
10. Twee losse stootkussens met voldoende lijn
11. Dweil of iets dergelijks
12. Mist- en scheepshoorn
13. Vaarboom en/of peddel (afhankelijk van vaargebied)
14. Deugdelijk anker met bijbehorende dagtekens gebruiksklaar. Bij voorkeur met kettingvoorloop.
15. Kleine eenvoudige verbandtrommel
16. Per opvarende een zwemvest
17. Windvaan
18. Klemmen, klampen of lieren voor de fokkenschoten

Aanbevolen inventaris voor het instructievaartuig

1. Mik, schaar of stoeltje
2. Strijkbare mast
3. Oefenmateriaal (bijvoorbeeld een te verankeren merkteken)
4. Enig gereedschap
5. Opbergmogelijkheid voor afval
6. Reservemateriaal zoals harpsluiting, extra lijntjes etc.
7. De bevestiging van de fok aan de schoot (niet met een harpsluiting)
8. Spruitloperborglijn
9. Kraanlijnbevestiging boven in de mast of een dubbele kraanlijn
10. Buitenboordmotor